Jacobus Johannes (Jacob) Cremer (1827-1880)

Jacobus Johannes Cremer was een sociaal betrokken schrijver en kunstschilder, is geboren te Arnhem op 1 september 1827 en overleden te Den Haag op 5 juni 1880.
Hij was de zoon van Alexander Cremer, koopman, en Louisa Nagel.
Op 19 mei 1852 trad hij in het huwelijk met Johanette Louise Brouerius van Nidek, met wie hij drie dochters en een zoon kreeg.
Pseudoniem: Jan Stukadoor.
Cremer had geen aanleg voor studie en zijn ouders zorgden ervoor dat hij teken- en schilderlessen kon nemen om als kunstschilder in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Na zijn opleiding vestigde hij zich te Loenen aan de Vecht en, enige jaren later, te Den Haag. In de donkere herfst- en wintermaanden met ongunstig schilderlicht legde hij zich toe op het schrijven van zowel romans als korte verhalen.

Zijn grootste bekendheid dankte Cremer aan zijn inzet in de strijd tegen de kinderarbeid. Een bezoek aan een Leidse textielfabriek inspireerde Cremer tot zijn Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld (Arnhem 1863). Cremer sprak zijn rede uit voor een aantal Kamerleden, ging er mee het land in en stuurde een exemplaar naar minister-president J.R. Thorbecke. De trage voortgang in de werkzaamheden van de inmiddels ingestelde staatscommissie die over het vraagstuk van de kinderarbeid moest rapporteren en de weifelende houding van de regering deden Cremer opnieuw naar zijn pen grijpen. In 'Een woord aan mijn landgenooten' in Het Vaderland riep hij in 1870 op adressen aan de minister te sturen. Ook bepleitte hij persoonlijk de zaak nog eens bij de minister van Financiën. Ten slotte publiceerde hij in Het Vaderland een 'Openbare Brief aan Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken' met daarin de vaststelling dat de publieke opinie zich voor overheidsingrijpen had uitgesproken. Het zou echter nog tot 1874 duren alvorens het 'Kinderwetje Van Houten' in werking zou treden.
Cremer was de eerste Nederlandse schrijver die van zijn pen leefde en zich zowel voor zijn kopijrecht als voor zijn voordrachten goed liet betalen. Vaak waren de opbrengsten van zijn doorgaans zeer lucratieve voordrachten bestemd voor liefdadige doeleinden. Hij was een sociaal bewogen mens maar enigszins afstandelijk in de omgang. Zijn voordrachten en daarbij behorende reizen door Nederland matten hem af en om zijn zwakke gezondheid enigszins te ontzien leidde hij een teruggetrokken persoonlijk leven. Cremer overleed aan een leverkwaal. Zijn wens om hem niet met een grafmonument maar met een bank op een mooie plaats in de natuur te gedenken werd vervuld. Nog steeds houdt de 'Cremerbank' in de Scheveningse Bosjes de gedachtenis aan hem levend. Zijn schilderijen bevinden zich onder andere in het Rijksmuseum in Amsterdam, het Gemeentemuseum in Arnhem en het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag.

Overzicht van het werk van Jacob Cremer